Verhuis naar Fabriekstraat
De overlevingskans kwam er in de persoon van Theo Pomierski, die circa 16.000 m²l braakliggende gronden ter beschikking stelde. Dit terrein was gelegen tussen de Fabriekstraat en de Sparrenlaan, eertijds was de ingang van het complex gelegen aan de Sparrenlaan. Clubhuis en vier tennisterreinen gingen op 7 september 1963 officieel open. Voorzitter Bruneel had de club in leven gehouden en gaf dan de teugels over aan Emiel Van Dijck. Deze kon nu de club verder uitbouwen en hij deed dit ook. Het aantal leden steeg bijna van dag op dag. En nu staken ook de nevenactiviteiten hun kop op. Het kegelen werd nu "bowling", en nieuw was volleybal. Al vlug had men hier 6 ploegen, waaronder twee dames- en een veteranenploeg. Dit alles ging echter niet ten koste van de tennisafdeling, integendeel. Stichter van deze afdeling was Albert Palmaers.
Lees meer...